Aangesloten bij de World Union for Progressive Judaism

26 september 2016 | 23 Elul 5776

Begraafplaats Gan haOlam

Begraafplaats Gan haOlam

 

De LJG Twente beschikt over een eigen begraafplaats, een afgescheiden hoek van de Algemene Begraafplaats aan de Hengelosestraat 487 te Enschede.

Het hebben van een begraafplaats behoort vanouds tot een van de kerntaken van een Joodse gemeente en het in gebruik nemen ervan was vaak de eerste handeling van een Joodse gemeente. Wij hebben deze begraafplaats, geheel naar traditie, een eigen naam meegegeven: Gan ha-Olam = Hof van Eeuwigheid. Immers: na ons aardse bestaan verblijven onze lichamelijke resten daar voor de rest van de tijd. De begraafplaats Gan ha-Olam wordt keurig onderhouden door het Beheer.

Rituelen rondom het overlijden

Wanneer een patient serieus ziek is en waarschijnlijk zal gaan overlijden kan men besluiten te beginnen met het zeggen van de gebeden die daarbij horen. Er kunnen psalmen worden gezegd, maar ook andere teksten. De Widoei, de Joodse zondebelijdenis, kan worden uitgesproken. Wanneer het moment van overlijden daar is hoort men zijn of haar Sjeimes te zeggen; het gebed, onder meer bestaande uit de Joodse geloofsbelijdenis: Sjema Jisrael, Adonai Eloheinoe, Adonai Echad = Hoor Israel, de Eeuwige is onze G’d, de Eeuwige is Een. Door de eeuwen heen hoopte men heen te gaan met het woord ‘Echad’ op de lippen.

Na overlijden zal het stoffelijk overschot gewoonlijk worden overgebracht naar een mortuarium. Het lichaam wordt er op rituele wijze gewassen en aangekleed. Deze ceremonie heet de tahara = reiniging. Men krijgt de gebedsmantel, waarin men altijd zijn of ook haar gebeden heeft gezegd, mee in de eenvoudige kist. Een hoek wordt van de mantel afgeknipt, zodat deze niet meer bruikbaar is als gebedsmantel. De overledene krijgt een beetje aarde uit Israel mee in de kist. Zo wordt men dan toch nog in het land Israel, in het heilige land, begraven, zoals onze aartsouders in Hebron, bij Bethlechem en in Nabloes. De kist is naar gebruik heel eenvoudig uitgevoerd: ruw geschaafde planken of zelfs ook spaanplaat en de kist is van binnen nergens mee bekleed. In de dood zijn allen gelijk en een overledene heeft geen aardse luxe meer nodig.

Begrafenis - Hal’waja

De begrafenis, hal’waja of lewaaie (van het Hebreeuwse woord voor begeleiden, nl. naar iemands graf), is sober van stijl. Bij onze begraafplaats bestaat de mogelijkheid in de aula een ceremonie te houden, waarbij enige gebeden gezegd worden en toespraken mogelijk zijn. Dan gaat men met de kist op weg naar het graf. Bij het graf vinden de laatste gebruiken plaats. De kist wordt neergelaten in het graf en de aanwezigen zullen de kist bedekken met aarde. Alles onder begeleiding van enige gezangen. De nabestaanden zeggen er Kaddiesj voor hun overleden dierbare. Voor de zielenrust wordt ook gebeden. Na afloop is er meestal mogelijkheid tot condoleren, bij wat koffie met iets erbij. Men komt immers vaak van ver.

Periode van rouw - AweloetGan haOlam

Pas nu begint de periode van rouwverwerking. Vanaf de dag van begraven zijn er zeven dagen van diepe rouw, de zgn. sjiwwe of sjiw’a (van het Hebreeuwse woord voor zeven). Men bezoekt de rouwenden en er wordt de mogelijkheid geboden ’s avonds bij hen thuis een avonddienst te houden, ter ondersteuning in het verlies. Op de vrijdagavond tijdens de sjiwwe kan men een speciale kabbalat Sjabbat-dienst (dienst ter verwelkoming van de Sjabbat) houden, waarbij de rouwenden op een plechtig moment de sjoel worden binnengeleid. Wanneer de week van de sjiwwe voorbij is komt men terecht in een periode van sjelosjiem (dertig), waarin men de maand van dertig dagen rouw volmaakt. Men gaat weer aan het werk, pakt zijn of haar leven weer op. Na de sjelosjiem gaat men verder tot er elf maand van het rouwjaar om zijn. Dan sluit men de rouw af. Vanaf dat moment, zo is de traditie, neemt men weer deel aan het gehele sociale leven, met feestvieren, uitgaan en plezier hebben. Tijdens het rouwjaar zal men veelal continue een kaarsje of lampje ter nagedachtenis aan de overledene laten branden. Dit doet men ieder jaar ook weer op de dag van overlijden, de zgn. Jahrzeitdag. In de periode van het rouwjaar, gewoonlijk wat later in die periode, zal men de grafsteen gaan plaatsen. De onthulling van die steen is een officieel moment. De ceremonie hierbij doet wat denken aan de begrafenis. Veel nabestaanden zeggen dat de ceremonie van onthulling van de grafsteen meer helpt de rouw te verwerken en de begrafenis een plek in het leven te geven, dan de begrafenis zelf. Ieder overlijden, hoe ziek de persoon ook was en hoe oud ook geworden, komt gevoelsmatig te vroeg. Het onbegrijpbare en de wreedheid van de dood blijft voor de levenden een mysterie. Joodse rouwgebruiken, door de eeuwen heen ontwikkeld, helpen de nabestaanden dit afscheid nemen beter te kunnen dragen.

Grafsteen – Matsewa

De grafsteen, de matseiwe of matsewa, is naar Asjkenazisch (Hoogduits) gebruik een staande steen. Bovenaan ziet men twee letters; voor een man is dat pee – noen en voor een vrouw is dat pee – tet; letters die staan voor ‘hier ligt begraven’en ‘hier ligt verborgen.’ Onderaan staat de afkorting tav – noen – tsaddie – beit – hee: tehee nafsjo/nafsja tseroera bitseror hachaim; betekenend; Moge diens ziel worden gebundeld in de bundel van het eeuwig leven. Hier tussenin komen de gegevens over de overledene. De Nederlandse en H

Nieuws

Het derde nummer van onze nieuwsbrief is een Hoge Feestdagen special. Schrijf in! Lees meer >>
Lees (over) de nieuwsbrief van de European Union for Progressive Judaism. Lees meer >>
Aankondiging WUPJ Convention 17-20 Mei 2017 Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30